Publicaties

Volledige Richtlijn Jeugdhulp:

 

Hoog sensitiviteit:

Dr. Elaine Aron (1944), een Amerikaanse psychologe, introduceerde de term Hoogsensitiviteit. Haar in 1996 verschenen boek “The Highly Sensitive Person” is inmiddels in 18 talen vertaald en bijna 1 miljoen keer verkocht. Zij schreef over hun liefdesbeleving in: “The Highly Sensitive Person in Love”. Daarna volgde een boek over hoogsensitieve kinderen – “The Highly Sensitive Child” – en één voor hulpverleners – “Psychotherapy and the Highly Sensitive Person”.

Wetenschap
In 1997 publiceerde dr. Aron het eerste wetenschappelijke artikel over de eigenschap onder de term ‘sensory-processing sensitivity’. Sindsdien heeft ze (met collega’s uit verschillende landen) veel wetenschappelijk onderzoek verricht.

 

De Methodiek: “Een taal erbij”

“De taal” is ontwikkeld vanuit het theoretische gedachtegoed van I. Boszormenyi-Nagy, een Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut, dat uitgaat van een kontekstueel mensbeeld, waarin de begrippen relationeel en intergenerationeel centraal staan.

“Een taal erbij” richt zich op het visualiseren van de interne en externe werkelijkheid van de cliënt.
Door middel van duplo-poppetjes en ander materiaal wordt het probleem van de cliënt verbeeld en de innerlijke dialoog zichtbaar gemaakt en gestimuleerd.
Relaties in het heden kunnen bekeken worden door de beleving van de cliënt concreet op tafel te zetten. Tegelijkertijd wordt het verleden erbij geplaatst, vanwege de onontkoombare verbondenheid tussen het hier en nu en de geschiedenis.

”Een taal erbij” is inzichtgevend en verhelderend. Het structureert de soms verwarrende werkelijkheid van een cliënt en werkt als zodanig ook ordenend voor de therapeut/hulpverlener.
Door de sterke identificatie van de cliënt met het materiaal komt hij/zij dicht bij zijn/haar gevoel en kan hij erkenning krijgen voor zijn leed; niet alleen met woorden maar ook door er samen naar te kijken. De meerwaarde hiervan is dat het beeld langer op het netvlies blijft hangen, dat therapeut/hulpverlener en cliënt zich samen kunnen buigen over wat er te zien valt en dat opstellingen die de cliënt samen met de therapeut gemaakt heeft, ook veranderd kunnen worden. In een echtpaartherapie kunnen de verschillende belevingen van de partners naast elkaar opgesteld worden, waarbij ook gekeken wordt naar beider verwachtingen.

De mogelijkheden van “de taal” zijn talloos en nog steeds in ontwikkeling. De methode is toepasbaar vanuit diverse theorieën bij verschillende therapiestijlen. “De taal” heeft zijn kracht bewezen in het werken met getraumatiseerde cliënten. Je kunt letterlijk samen het leed overzien.

 

Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD) is ontwikkeld aan het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden door de hoogleraren pedagogiek Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn. Sinds 2008 bestaat de huidige VIPP-SD methode en worden trainingen voor professionals verzorgd.

De methode is gebaseerd op de gehechtheidstheorie van John Bowlby (1969) en Mary Ainsworth (1974) en aanvullend zijn principes uit de ‘coercion’ theorie van Gerald Patterson (1982) erin verwerkt. De methode is ‘evidence-based’, waarbij de effectiviteit van de methode werd aangetoond in 12 ‘Randomized Controlled Trials’ in diverse landen. Inmiddels wordt VIPP-SD toegepast in meer dan 15 landen.

Doel van VIPP-SD

VIPP-SD is een preventieve interventie gericht op het verhogen van de sensitiviteit en het verbeteren van disciplineringsstrategieën van opvoeders, met als einddoel het bevorderen van positieve interacties tussen opvoeder en kind en het voorkomen of verminderen van gedragsproblemen bij kinderen tot 6 jaar. Om dit te bereiken wordt gewerkt aan:

  1. het vergroten van de observatievaardigheden van de opvoeders.
  2. het vergroten van de kennis van de opvoeders over opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen.
  3. het versterken van het vermogen van de opvoeders zich in hun kind in te leven.
  4. het bevorderen van adequaat opvoedingsgedrag in de vorm van sensitieve responsiviteit en sensitief disciplineren.
Structuur en uitgangspunten van de interventie

Het VIPP-SD programma wordt uitgevoerd bij de gezinnen thuis en omvat in totaal 7 bezoeken van ongeveer 2 uur (inclusief een kennismakingsbezoek waarin ook de eerste video-opnames worden gemaakt). Er wordt gewerkt met één ouder en één kind in de thuissituatie. Tijdens de bezoeken worden eerst filmopnames gemaakt, daarna worden de opnames van de vorige keer bekeken en besproken. Belangrijke uitgangspunten van de interventie zijn het creëren van een aangename sfeer, de opvoeder erkennen als expert van het eigen kind (‘empowerment’), en de nadruk op en bekrachtiging van positieve interacties tussen opvoeder en kind. Sensitief opvoedgedrag van de ouder (positief ouderschap) staat centraal, in combinatie met het stellen van grenzen en reguleren van lastig of ongehoorzaam gedrag van het kind. Als jonge kinderen te maken krijgen met het aanleren van regels, daartegen protesteren en grenzen gaan uittesten kan het voor ouders heel lastig zijn om sensitief te blijven. VIPP-SD heeft als doel om ouders te leren sensitief te zijn tijdens de omgang met hun kind, juist ook tijdens het aanleren van regels (sensitief disciplineren).